ik ontvang pensioen: Mijn pensioenregeling  

Mijn pensioenregeling

De zorg voor pensioen in uw branche is ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Tandtechniek. Het pensioenfonds is opgericht door werkgevers- en werknemersorganisaties in de tandtechniek en is verplicht voor de hele bedrijfstak.

Twee pensioenregelingen

De tandtechiekbranche kent twee pensioenregelingen:

  • Pensioenregeling 2006: voor werknemers die geboren zijn na 1949
  • Pensioenregeling 2001: voor werknemers die geboren zijn vóór 1950


Pensioenregeling 2006

Het pensioen kan uit de volgende onderdelen bestaan:

  • ouderdomspensioen (vanaf 65 jaar (eventueel eerder) tot overlijden)
  • partnerpensioen (bij overlijden: voor de partner)
  • wezenpensioen (bij overlijden: voor kinderen tot 21 jaar, in bepaalde gevallen tot 27 jaar)
  • eventueel: Anw-pensioen (een aanvulling op het partnerpensioen)

Pensioenregeling 2001

Het pensioen kan uit de volgende onderdelen bestaan:

  • prepensioen (vanaf 60 jaar tot 65 jaar)
  • ouderdomspensioen (vanaf 65 jaar tot overlijden)
  • partnerpensioen (bij overlijden: voor de partner)
  • wezenpensioen (bij overlijden: voor kinderen tot 21 jaar, in bepaalde gevallen tot 27 jaar)
  • eventueel: Anw-pensioen (een aanvulling op het partnerpensioen)

Soort pensioenregeling

Beide pensioenregelingen zijn middelloonregelingen. Bij een middelloonregeling bouwt u ieder jaar een vast percentage aan pensioen op. Uw uiteindelijke pensioen is een afspiegeling van wat u gemiddeld hebt verdiend. Hoeveel pensioen u opbouwt, is afhankelijk van de hoogte van uw pensioengrondslag en hoe lang u meedoet aan de pensioenregeling.

Financiële risico's

De premie is zo vastgesteld dat deze, op basis van de huidige uitgangspunten, voldoende is om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Jaarlijks bekijkt het bestuur of de premie nog voldoet. De hoogte van de premie kan dus wijzigen.

Bij gemiddelde tot goede economische omstandigheden bouwt het fonds financiële buffers op. Als de financiële middelen het toelaten, wordt het pensioen jaarlijks verhoogd met een toeslag. Als de beleggingsresultaten tegenvallen, worden de risico’s door (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden, nabestaanden en het pensioenfonds gezamenlijk gedragen. Het pensioenfonds kan in dit soort gevallen besluiten om de toeslagverlening in een jaar te verminderen. Pas in het uiterste geval worden de al opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen verlaagd. De kans dat dit gebeurt, is overigens klein. Als eventuele maatregelen gevolgen hebben, dan worden de betrokkenen hierover geïnformeerd.

 
print print icon